Flankerend onderzoeks- en evaluatieprogramma Loopbaankrediet
Bestek nr. LBK_20261028
Dit bestek beschrijft het flankerend onderzoeks- en evaluatieprogramma van het stelsel van loopbaankrediet. Dat is het nieuwe stelsel van gesubsidieerde loopbaanbegeleiding dat vanaf 2027 door het Departement WEWIS wordt ingezet om professioneel actieve personen te ondersteunen en te versterken in hun loopbaan. Het stelsel van loopbaankrediet is de opvolger van het huidige stelsel van loopbaancheques. Het flankerend onderzoeks- en evaluatieprogramma heeft volgende doelstellingen: • Beoordelen in welke mate de hervormingsdoelstellingen rond kwaliteit, efficiëntie en administratieve vereenvoudiging werden gerealiseerd; • Beoordelen in welke mate gesubsidieerde loopbaanbegeleiding bijdraagt aan positieve effecten bij de gebruikers op korte en middellange termijn; • Het stelsel van loopbaankrediet verder ontwikkelen en bijsturen waar nodig met het oog op het verhogen van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het stelsel in de toekomst; • Leren over de manieren waarop werknemers en zelfstandigen optimaal kunnen worden ondersteund in hun actieve loopbaan. Om deze doelstellingen te realiseren identificeert de opdrachtgever vijf onderdelen: 1. Evalueerbaarheids- en inceptiestudie van loopbaanbeleid; 2. Procesevaluatie van het stelsel van loopbaankrediet; 3. Evaluatie van de doeltreffendheid van het stelsel van loopbaankrediet; 4. Ontwikkeling en testing van kader voor toekomstige beleidsmonitoring en evaluatie. 5. Activiteiten in functie van kennisdeling, disseminatie en validering De opdracht start uiterlijk in februari 2027 en eindigt in december 2028. Het Departement WEWIS zoekt voor deze opdracht een team met thematische expertise in arbeidsmarktbeleid en ervaring met evaluaties en/of beleidsgericht onderzoek. De teamleden dienen te beschikken over ruime en complementaire methodologische expertise en vaardigheden om de verschillende onderdelen van het programma uit te voeren. Van de projectleider(s) van deze opdracht wordt verwacht dat ze transparant en constructief communiceren met de opdrachtgever en andere betrokkenen en de uitvoering van het programma zorgvuldig en nauwgezet opvolgen.